| |
Er is nog weinig specifiek onderzoek gedaan naar de
oorzaken van McDD. Vermoedelijk heeft het te maken met
een stoornis van de informatieverwerking in de hersenen
in combinatie met reactie op prikkels uit de omgeving.
Het zou kunnen dat net zoals bij autisme een erfelijk
kenmerk meespeelt.
McDD'ers zijn snel achterdochtig op alle gebieden (gebeurtenissen
of gedragingen van anderen). Ze kunnen bijvoorbeeld
denken dat anderen over hun aan het praten zijn. Soms
verliezen ze zichzelf zo in hun fantasieën dat het verschil
tussen fantasie en werkelijkheid voor hen niet meer
duidelijk is. Zo kunnen ze het ook wel eens hebben over
stemmetjes in hun hoofd die hen regeren zonder dat ze
zich daartegen kunnen verzetten. Het is voor deze mensen
niet mogelijk om de situatie aan de realiteit te toetsen.
Er moet hen verder ook geleerd worden dat gedrag hen
niet zo maar overkomt, maar dat dit te beïnvloeden valt.
Het grote probleem hierbij is dat de regulatie van emoties
gestoord is zodat het soms gebeurt dat het gedrag hen
overkomt voordat ze aan denken toekomen.
Kinderen met McDD werden vroeger vaak borderline-kinderen
genoemd omwille van psychische problemen die op de grens
fluctueerde van neurose en (ontwikkelings)psychose.
Het diagnosticeren van McDD is niet zo gemakkelijk waardoor
de diagnose vaak lange tijd gemist wordt. Dikwijls wordt
de ernst ervan niet begrepen omdat het misleidend is
hoe goed deze mensen kunnen functioneren en communiceren
in een één-op-één contact. Hun rigide verzet wordt vaak
gezien als koppigheid en onwil in plaats van onvermogen.
Ten onrechte wordt ook dikwijls gedacht aan een gedragsstoornis
omwille van de extreme boosheid, terwijl de angsten
helaas maar al te vaak als te onbeduidend worden gezien.
Een beetje angst verandert meteen in paniek en een beetje
boosheid wordt razernij. Door de peilloze angsten, heftigheid
van woedebuien en toegenomen lichaamskracht kan het
zijn dat er te veel gevraagd wordt van het uithoudingsvermogen
van de omgeving.
Bij kinderen met deze stoornis is het het beste om je
eigen emoties niet te laten zien, omdat hun dat teveel
in verwarring brengt. Het is belangrijk om je vooral
te richten op de beleving van het kind. Het kind heeft
weinig of geen behoefte aan sociaal contact of vermijdt
dit, zeker bij contact met meerdere mensen. Als de situatie
complexer of minder overzichtelijk wordt gaat het fout.
Op het schoolplein, in de winkel, op het verjaardagsfeestje,
op het familiefeest ontsporen deze kinderen heel snel
en reageren dan met angst of woede.
Soms nemen ze wel initiatieven tot contact met anderen,
maar missen vaak het vermogen sociale verhoudingen goed
te doorzien. Er is gebrek aan empathie en er zijn zeer
weinig vriendschappen met leeftijdgenoten. Ook aanklampend
gedrag naar volwassenen toe doet zich voor.
De puberteit is een spannende fase voor jongeren met
McDD, omdat in die periode vooral gevaar bestaat voor
een psychotische ontwikkeling. Als ze volwassen zijn
blijven ze meestal moeite houden met contacten en met
het denken. Meestal blijven zij aangewezen op hulp en
begeleiding, vooral bij wonen en werken.
|
| © 2006 #McDD - realisatie:
E. Appermont |
|
|